De religieuze bronnen van onze gastvrijheid
Kloosters zijn druk bezochte oorden van rust. Vooral abdijen, vaak gelegen in een landelijke omgeving en van voorname allure, zijn het doelwit van mensen die op zoek zijn naar stilte en zingeving. Die vinden zij in de doorgaans hartelijke gastvrijheid van monniken en monialen, broeders en zusters. Zij bieden hun het ritme van het getijdengebed, de stilte van de meditatie, de ruimte voor een geestelijk gesprek, de eenvoud van de kloostermaaltijd. Steeds meer mensen zijn echt op zoek naar die gastvrijheid die een onherbergzamer wordende wereld niet te bieden heeft.
Ben ik welkom? Mag ik er zijn? Vragen als deze behoren tot de wezenlijkste die een mens zich stelt. Ze zijn van levensbelang. Ze bestrijken onze hele periode tussen geboorte en dood. Ze raken onze gastvrijheid in de breedste zin – religieus, sociaal, cultureel. Als het over gastvrijheid gaat, is niemand uitsluitend ofwel gast ofwel gastheer of gastvrouw. Wij zijn het allebei, levenslang, in steeds wisselende rolpatronen. Wezenlijk voor gastvrijheid is elkaar ontvangen.
Ontvangen richt zich tot een breed publiek van lezers die affiniteit hebben met de wereld van de religieuzen en hun lekenbewegingen. Het wil mensen aanspreken die zoeken naar waarden die in die kringen hoog staan aangeschreven. Het boek als zodanig is de vrucht van samenwerking tussen een aantal Nederlandse kloosters. Maar de strekking ervan is grensoverschrijdend. De thematiek – gastvrijheid als een ontvangen van elkaar in wederkerigheid – heeft immers relevantie voor de hele Kerk als gemeenschap.