Paus Gregorius de Grote (590-604) neemt een belangrijke plaats in als brugwachter tussen de laatantieke en de middeleeuwse periode. Hij bekleedde de zetel van Petrus in een tijd van grote veranderingen. Zijn spiritualiteit was voor de middeleeuwse monastieke traditie een belangrijke bron van inspiratie.
Talloze geleerden hebben zich in de loop der jaren in zijn leven en werk en zijn vele brieven verdiept. In de meeste gevallen hadden zij daarbij een historische en/of theologische bril op. Hoeveel verschil het kan maken als je eens een andere bril opzet, blijkt uit het boek Conversio, bekering en missionering bij Gregorius de Grote. Een semiotiek van het verleden van Arnold Smeets. Smeets las drie brieven van Gregorius volgens de methode van de semiotiek en kwam tot heel nieuwe inzichten. Een semiotische lezing van brieven houdt in dat je ze niet beschouwt als bewijs voor hoe de geschiedenis verlopen is. Met de semiotiek ga je, zoals Smeets toelicht, ‘aan het begin staan. Je gaat kijken wat er toen speelde. De brief is geschréven, nog niet gelézen.’ Anders gezegd: de semiotiek kijkt niet terug, zoals de geschiedkunde, maar richt zich op het toenmalige heden van de tekst: wat waren toen de intenties en wat stond er op het spel? Daarmee breekt de semiotiek de geschiedenis als het ware open, want de afloop die wij kennen uit de geschiedenisboekjes, was toen nog onbekend. Een dergelijke lezing levert een verrassend nieuw en levendig beeld op van deze grote paus.
Arnold Smeets (1960), die eerder dit jaar cum laude promoveerde op de dissertatie-uitgave van Conversio, werkt bij de KRO als programmamaker en eindredacteur bij de Afdeling Godsdienst en Cultuur.